Posts tonen met het label krulbollen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label krulbollen. Alle posts tonen

zondag 23 december 2012

Krulbollen als eerste Zeeuwse traditie toegevoegd aan de Nationale Inventaris voor Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nederland


Inleiding

Zoals ik in mijn Blog van 5 december 2011 al aanstipte: de achtergrondinformatie in de nieuwe gids zal ook aangepast moeten worden. Het onderwerp Landje Pik kan beter vervangen worden door het Krulbollen.  Landje Pik is niet uniek voor deze streken, het Krulbollen wel en wordt met evenveel enthousiasme aan beide zijden van de grens gespeeld.

In mijn Blog van 15 januari 2012 ben ik nog eens uitgebreid ingegaan op deze sport. Niet alleen loopt de nieuwe route langs een bolbanenterrein, er werden ondertussen ook serieuze pogingen ondernomen om het krulbollen op de inventarislijst van Nederlands immaterieel cultureel erfgoed voor de UNESCO  te krijgen.



Inventaris Vlaanderen


De Inventaris Vlaanderen voor Immaterieel Cultureel Erfgoed bestaat sinds 2008. Met de inventaris wil de Vlaamse Gemeenschap het immaterieel cultureel erfgoed in Vlaanderen in de kijker plaatsen. De Vlaamse Gemeenschap toont met de inventaris de diversiteit aan immaterieel cultureel erfgoed. Het zijn de groepen en individuen die met het immaterieel cultureel erfgoed bezig zijn die vragen om een element in de inventaris op te nemen. De minister van Cultuur beslist over de opname
Het krulbollen werd in juni 2010 al opgenomen op deze Vlaamse lijst.


Zeeuws Vlaanderen

In november 2012 werd het krulbollen toegevoegd aan de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nederland. Deze inventaris is een verplichting die voorkomt uit het UNESCO verdrag ter Bescherming van het Immaterieel Erfgoed .

Sinds Nederland enkele maanden geleden (juni 2012) de UNESCO conventie van het Immaterieel Cultureel Erfgoed geratificeerd heeft wordt ook hier hard gewerkt aan een Nationale Inventaris, waar al het immaterieel erfgoed op komt dat groepen of gemeenschappen in Nederland belangrijk vinden. In Nederland  wordt over opname beslist door  het  Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed.
De bekendmaking van de eerste 3 tradities die er op staan volgde in oktober 2012. Het zijn De Boxmeerse Vaart, het Bloemencorso in Zundert en de Sint-Maartensviering in Utrecht. En als vierde dus nu het krulbollen! 

Reden voor de VVV Zeeland om het volgende berichtje op haar site te plaatsen: 

Voor Zeeland is dit heel bijzonder. Met het krulbollen heeft de eerste Zeeuwse traditie een plaats gekregen op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nederland. Niet iedere Nederlander zal deze Zeeuwse volkssport onmiddellijk thuis kunnen brengen. In Zeeuws-Vlaanderen is het echter, net als in het aangrenzende Vlaanderen, een populaire volkssport die in verenigingsverband beoefend wordt. De geschiedenis van het populaire bolspel gaat terug tot in de middeleeuwen en is verwant aan sporten als kolven, beugelen en klootschieten. Bolspelen zoals het krulbollen werden rond 1300 in heel Europa gespeeld, onder meer in Zwitserland, Oostenrijk en Duitsland. In Nederland werden ze in de zeventiende eeuw in beeld gebracht door beroemde schilders als Adriaen van Ostade.

Plaatsing op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed is een vorm van erkenning voor de betreffende traditie. Het opstellen van een Nationale Inventaris was één van de eerste vereisten die voortvloeide uit de UNESCO conventie van het Immaterieel Cultureel Erfgoed, die Nederland dit jaar ratificeerde. De Nationale Inventaris wordt gecoördineerd door het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE).

Meer is toch niet nodig om voor de vervanging van Landje Pik door Krulbollen te kiezen?

© Jannie Tr, 23-12-2012.

zondag 15 januari 2012

Krulbolsport op de immaterieel-erfgoedlijst van de UNESCO

Krulbollen is een sport die al sinds mensenheugenis wordt beoefend in de lage landen. Dat bewijzen schilderijen van beroemde kunstenaars van eeuwen her. In Vlaamse en Zeeuws-Vlaamse contreien is het bollen nog steeds populair. Reden genoeg om het krulbollen voor te dragen voor de UNESCO-lijst voor immatrieel-ergoed, vindt het bestuur van de IJzendijkse krulbolclub Molenzicht  (Citaat art. PZC 23-11-2011 van René Hoonhorst).

Wie straks de nieuwe route van het Grenslandpad loopt, komt tussen Sint-Laureins en Zonne langs een krulbolcentrum met een groot aantal buitenbanen. Wie niet uit deze streken komt, zou er zomaar aan voorbij kunnen lopen of, als het wel opvalt, zich afvragen wat het voor moet stellen. Daarom hier vast wat achtergrondinformatie.



Krulbollen is een oude Vlaamse volkssport. Het wordt in (Zeeuws-)Vlaanderen, vooral in de buurt van Gent, in het Meetjesland en de regio van Knesselare tot Brugge gespeeld. In Frankrijk wordt in de regio Anjou een vergelijkbaar spel gespeeld onder de naam Boule de fort.
In deze streken geniet het een ongekende populariteit, vooral onder de oudere bewoners. In elk dorp is wel een krulbolbaan, vaak zowel binnen als buiten. In de wat grotere kernen zijn clubs met een groter aantal banen. Onderling worden kampioenswedstrijden gehouden.
Het krulbollen neemt een unieke plaats in in het dagelijks leven van veel Meetjeslanders. Krulbollen vervult er nog steeds een belangrijke sociale functie en is er nog steeds volkssport nummer één, levend erfgoed als het ware. Ook in Zeeuws-Vlaanderen wordt het in ere gehouden en doet men pogingen ook de jeugd er weer bij te betrekken.

Spel en materiaal

 
Het spel wordt gespeeld met twee ploegen van elk twee, drie of vier personen. De bol zelf is niet volledig bolvormig maar eerder een dikke ronde schijf met één afgeronde kant (deze afgeronde kant wordt in het boldersjargon "de loop" genoemd). Hierdoor zal de bol zodra die gerold wordt een ellipsvormige baan volgen en zich tenslotte neervlijen. Elke speler wil met zijn bol zo dicht mogelijk bij de staak terechtkomen. De staak is een vast punt, op zeven meter afstand van de werpers. Ze is ongeveer 33 cm boven de grond zichtbaar en staat opgesteld aan beide uiteinden van de baan. De staak is gemaakt van een stuk rond gedraaid eiken of beukenhout en voorzien van een kunststof mantel.

Spelregels
 
Tijdens het spel onderscheidt men twee basistechnieken: het bollen en het schieten. Bij het bollen wordt de bol van één zijde van het speelveld zo dicht mogelijk naar de tegenovergestelde staak gerold. Het schieten wordt enerzijds gebruikt om bollen van de tegenpartij verder van de staak weg te stoten en anderzijds om de bollen van een ploegmaat dichterbij te stoten. Als alle bollen één keer gespeeld zijn, krijgt de ploeg van wie de bol het dichtst bij de staak ligt de punten. Het aantal punten is gelijk aan het aantal bollen die dichter bij de staak liggen dan de dichtste bol van de tegenpartij. Wie het eerst negen punten haalt, wint het spel.

Wedstrijden

 
Er zijn verschillende "bollingen" mogelijk: prijsbolling, seriebollingen, puntenbollingen, of 'voor de leute'. Bij een prijsbolling wordt gespeeld voor een vooraf bepaalde prijzenpot (meestal is dit geld). Bij een seriebolling wordt meestal gespeeld voor een klein geldbedrag per spel (0.2 tot 0.5 euro). Bij een puntenbolling wordt een vast aantal speelbeurten gebold en wordt het aantal gewonnen spellen bijgehouden. Ook is het mogelijk dat een prijsbolling deel uitmaakt van een criterium waarbij een klassement wordt opgemaakt. Bij ieder gewonnen spel krijg je een punt. Bij bollen voor de leute wordt gewoon gespeeld voor het plezier of voor een traktatie.
 Van mei tot september wordt er op zandige buitenbanen gebold, tijdens de winter op overdekte, halfverharde binnenbanen. De meest gerenommeerde wedstrijd is het Wereldkampioenschap, jaarlijks op 21 juli en de kampioenschappen tijdens de Vierdaagse half augustus.

Langs de route


Wie eenmaal een bolbaan gezien heeft, zal ontdekken dat ze talrijk zijn in deze streken. Veel dorpen hebben zijn eigen baan, meestal een enkele buitenbaan voor de leute, zoals bv. in Eede vlak bij de kerk. Of een binnenbaan in een horecagelegenheid, zoals de Schuurbolders in Sint Laureins, waar ook heerlijk ambachtelijk hoeve ijs verkocht wordt (iets van de route).
De wat grotere stadjes hebben vaak ook overdekte banen, waar geregeld wedstrijden gespeeld worden. Overdekte banen vallen niet op, maar een oplettende wandelaar kan bv. in Aardenburg op een clubgebouw zien staan: Bolderclub  De Ware vrienden. Binnen zijn 3 overdekte banen. In 2010 werden zij Nederlands Kampioen tijdens de buitenwedstrijden in Oostburg.

De toekomst


Zowel in Vlaanderen als in Zeeuws-Vlaanderen spant men zich in om ook de jeugd te interesseren voor deze sport. De Oostburgse club Raak tegen Staak blijft verwoede pogingen doen nieuwe leden bij de bolsport te betrekken. Een instuif trok onlangs zo'n vijftig jongeren die de bolsport eens kwamen uitproberen. De hoop is dat zij ook echt voor het krulbollen zullen kiezen.

Het bestuur van de IJzendijkse krulbolclub Molenzicht wil het krulbollen voordragen voor de UNESCO-lijst voor immaterieel erfgoed.  Jaarlijks organiseren zij het Mauritstoernooi. Het Mauritstoernooi werkt aan het bevorderen en behouden van traditionele spelen zoals Boogschieten, Gaaibollen en Krulbollen. Het bollen tijdens het Mauritstoernooi is er zowel voor gevorderden als voor mensen die kennis willen maken met deze sport. Dat de IJzendijkse club groeit en inmiddels ook een jeugdafdeling heeft, is een hoopvol teken.

(Informatie komt o.a. van Wikipedia, Krulbollen, en van de site Bolclub Molenzicht IJzendijke).


©JannieTr, 15 januari 2012

maandag 5 december 2011

Het aanpassen van de teksten voor de nieuwe de gids


Zojuist ontvingen we het verslag van de bijeenkomst op 17 september in Goes. Over de routewijzigingen staat daar: We bespreken de kansen en mogelijkheden van alle nieuwe voorstellen op de grens van Nederland en België, op Zuid Beveland en rond Bergen op Zoom. Er zijn op dat moment echter geen knopen doorgehakt. Dat moet in de 2 maanden erna gebeurd zijn, zonder dat de werkgroepleden daar nog iets over hoorden.

Er staat ook  in, onder het kopje Routebeschrijving, dat men vanuit Amersfoort de (oude) teksten in Word naar de padcoördinator zal sturen, die ze zal bekijken en door zal sturen naar de werkgroepleden.
In de begeleidende mail schrijft de padcoördinator dat hij ze zal doornemen/veranderen en daarna aan de werkgroepleden zal doorsturen voor verbeteringen/aanvullingen.

Het valt mij op dat er alleen gesproken wordt over de Routebeschrijving in het verslag. Maar aangezien de route in Zeeuws-Vlaanderen een aanzienlijke wijziging ondergaat, zal het duidelijk zijn, dat ook de overige teksten op tal van punten ingrijpend gewijzigd zullen moeten worden.

Ik loop de gids er op na:

De Elderschans
pg. 27 (Heille-Eede): de route wordt verlegd naar de Elderschans en Aardenburg. Alle hier opgevoerde achtergrondinformatie en bijbehorende foto's kunnen dus vervallen (het stadje Middelburg, de schandpaal, het "meetjespatroon" van de omgeving, Grenspaal 351 en "Grensgeval").
Er voor in de plaats komt natuurlijk de lange en interessante geschiedenis van de stad Aardenburg en die van de Elderschans.

Eekloosche Watergang
pg. 29 (Eede-Middeldorpe): ook hier loopt de nieuwe route ver van de oude. De achtergrondinformatie over de Grensoverschrijding van Koningin Wilhelmina, grenspaal 348 en de Luchtwachtoren (incl. de bijbehorende foto's) zijn niet meer van toepassing.
Hier kan de interessante geschiedenis en ecologische waarde van de Eekloosche Watergang een plaats krijgen.


pg. 30 en 31 (Meetjesland en "Landjepik"): De inleiding over het Meetjesland kan onveranderd overgenomen worden. Voor de rest geldt dat niet.
Het uitgebreide verhaal over de Grote Kreken is ter zake doende: ze zijn zonder meer kenmerkend voor deze streken. Daarom alleen al zouden ze opgenomen dienen te worden in de route. Maar: op de nieuwe route krijgt niemand ze meer te zien. Heeft het dan nog wel zin er zoveel aandacht aan te besteden in de nieuwe gids?

Krulbollen
 "Landjepik" komt nogal gezocht over: het werd in heel Nederland gespeeld, niet alleen in de dorpen. In plaats daarvan kan er beter aandacht besteed worden aan Krulbollen (zie een volgend blog), dat specifiek bij deze streek hoort, aan weerszijden van de grens. Zowel de foto van het "Landjepik" als die van de schaapsherder langs het Leopoldkanaal kunnen vervallen: weinig kans die nog tegen te komen.
 
pg. 33 (Middeldorpe-Haantjesgatpolder): ook hier zijn i.v.m. de routewijzigingen veranderingen noodzakelijk, maar zelfs in de oude tekst staan onjuistheden.
Het verhaal over het Leopoldkanaal klopt wel, maar ook op de oude route was niets te zien van de samenkomst van Stinker en Blinker: dat gebeurt nl. ten z.w. van Eede, ver van de oude en nog verder van de nieuwe route. Op de tussendam daar bevinden zich overblijfselen van Duitse verdedigingswerken, maar de bijbehorende foto klopt totaal niet met wat daar nog te zien is.

Lievebrug
De Lievebrug is een Baileybrug die van doorslaggevende betekenis is geweest tijdens WO II in de zgn. Operation Switchback. Het is onduidelijk wat deze foto hier doet. De brug werd al eerder op de oude route overgestoken. Deze belangrijke brug staat echter niet aangegeven met een apart nummer op de krt. 4 (vlak onder Oosthoek) en de foto krijgt geen nadere verklaring mee dan: brug over Leopoldkanaal. In de oude gids een gemiste kans, in de nieuwe niet meer van toepassing.
Grenspaal 341 komt op de nieuwe route te liggen en kan blijven. De Eekloosche Watergang kan hier vervallen (zie bij pg. 29). Het Krekengebied wordt niet meer bezocht, dus het verhaal over de Blokkreek is ook overbodig.

Sint Jansdijk bij Bentille
pg. 35 (Haantjesgatpolder-Oostpolder): Ook hier een helaas totaal overbodig verhaal over de Boerenkreek en de bepaling van de grens tussen Nederland en Vlaanderen, met een hoofdrol voor de kreken. Je kunt zo'n verhaal niet opnemen, als je het gebied met de kreken verder volledig negeert.
De Graaf Jansdijk wordt in het verhaal met 1 zinnetje afgedaan (in deze omgeving is dat ook echt wel voldoende). Maar omdat de nieuwe route hier persé langs een stuk van deze dijk schijnt te moeten lopen, zal daar een nog interessant verhaal omheen verteld moeten worden.

Rond het Wiel bij Krabbe
pg. 37 (Oostpolder-Stenenschuurbrug): Na Krabbe wordt de oude route weer opgepikt. Het verhaaltje over de Bodemloze put is aardig, maar van deze put is tijdens de wandeling niets te zien. Het Wiel vlak voor Krabbe waar naar verwezen wordt in de tekst (3) en dat als natuurgebiedje met veel vogels wel goed te overzien is, ligt (helaas ook) niet meer op de route en kan dus eruit gehaald worden.


Ons voorgestelde compromis (link): via een mooie route bij Zonne weer aansluiten op de oude route, zou een mooi stukje langs het Leopoldkanaal opleveren met uitzicht op de Bentillekreek en zo de verhalen over het typerende krekengebied weer legitimiteit bieden. Bovendien komt het wiel bij Krabbe zo ook weer op de route te liggen. En wie behoefte heeft aan een stadje loopt van Krabbe in 1 km naar Bentille.

Zicht op de Bentillekreek vanaf het Leopoldkanaal

©JannieTr, 5 december 2011.

N.B. voor onze alternatieve route zie: http://grenslandpad2012.blogspot.com/2011/10/zonne-krabbe-anders-is-niet-altijd.html